Gelderse leenakten

 

Blz 370

151a. §1. INGEN.

Anderhalven mergen lands, in den ampte van Nederbetu, in den kerspel van Ingen op den Oosterinck ende Clinckenberg gelegen, van ses morgen afgespleten ende ten besunderen Zutphenschen leen opgedragen bij Jan Gerritsen Vonck, erve sijnes vaders Gerret Pelgrims, beleent, draecht deselve op aen Rochus Wilbrenninck, postmeester ende agent van het Overquartier. den 2 Juni 1679, hij tuchtigt sijn vrouw Maria Snel Geconsolideert eodem die met het leen 151a.

 

Blz 377

156. LIENDEN.

Een hoeve lants, op den Enge ende daerbij gelegen, in Meertenre maelschap, met der hoffstadt ende met allen Sijnen tobehoren, tot Zutphenschen leene ontfangen bij Rutger Vonck Janssoon ontfinck een hoeve lants, in der maelschap van Meerten gelegen, die der kynder van den Enge te wesen plach, a0. 1402.

Idem a0. 1424, in den kerspel van Lienden.

Arnt Vonck, erve sijnes vaders Rutgers, a0. 1440.

Johan Vonck bij transport Arnts voorn. ontfengt dat goet, geheiten den Inge, gelegen in den kerspel van Lienden, in der buyrschap van Meerten, haldende omtrent 8 mergen lants, a0. 1456.

idem bij transport sijnes broders Arnts, a0. 1457; den Engen, met der. ooster sijden neven erve Gerrits de Kemp ende Huberts van Eek, met der wester sijden neven der heerlickheyt van Lienden.

Idem, a0. 1465; een huys, hofstat ende een hoeve lants.

 

Blz. 379

158. LIENDEN.

Een huys ende hoffstat, met sijnen tobehoren, ende vijff mergen lants daerbij gelegen, in den kerspel van Lienden, tot Zutphenschen rechten ontfangen bij Claes van Aefferden, a0. 1424.

Fe van Effenden, weduwe Jonas van Meerden, transporteert een huis ende hofstad, met 5 meren lans ter goeder maten, met allen seinen toebehoren, groot ende klein, gelijk dat in den kerspel van Lienden, in der maelschap van Meerten ende van Aelst gelegen ende Jans van Merten Janssoon te wesen plach, daer oostwert ende suydwert naest gelant sijn die heeren van Mariendael, westwert die heeren van ste. Peter tUtrecht ende noortwert die gemeyn straet, tot behoeff van Johan Gadertssoon, a0. 1458.

Derick Foyert bij transport Johans voorn., a0. 1463.

Idem, a0. 1465.

Johan Foyert, erve sijnes vaders Dircx, 2 Octobris 1473.

Idem eedt vernijt, 2 Augusti 1481.

Sander van Grootvelt, erve sijnes vaders Johans, 6 Octobris 1521.

Idem eedt vernijt, 25 Septemb. 1538.

Cornelis van Grootvelt, erve sijnes vaders Sanders, 28 Junii 1544.

Idem tuchtigt sijn vrou Agniet Vonck Wilhems dochter an 24 goltg. 's jaers, 8 Junii 1545.

Idem eedt vernijt, 10 Junii 1556.

Sander van Grootvelt, erve sijnes vaders Cornelis, 20 Martii 1577.

Walraven van Hattem ende sijn vrou Elisabet Ruyssen bij transport Alexanders voorn. ende sijner huysfrou Mechtelts van Schadijc ontfengt een huys ende hofstat met vijff mergen lants, genoemt 's Grevenhoeve, met allen sijnen tobehoren ende gerechticheyden, in den kerspel van Lienden, in den maelschappen van Meerten ende van Aelst gelegen, 2 Januarii 1599.

Johan van Hattem, erve sijnes vaders Walravens, beleent, 18 Februarii 1605.

Johan Vonck bij opdragt Johans van Hattem beleent, 10 Aprilis 1607.

Anna Vonck, erve haeres broeders Dercks, die het geerft van sijn vader Johan Vonck, beleent, den 11 April 1632 Haar man Hendrick Vonck is hulder (Leenakte).

Eodem tucht haer man Hendric Vonc van Lienden, den 6 Junii 1634.

Eadem laet haere dispositie approberen, den 7 October 1647.

Jan Vonck, capteyn, erve sijner moeder Anna, beleent, den 5 Februarii 1692.

Hendrik Vonk, erve sijns vaders Jan, beleent, den 20 Jan. 1697.

Wilhelmina Vonk, erfgenaem haers broeders Hendrik, beleent, 9 Septemb. 1721. Hulder Gijsbert Vonk, haer man.

Deselve en haer man Gijsbert Vonk laten haer beslote dispositie approberen, 8 Octob. 1722.

Gijsbert Vonk van Lynden laet approberen de huwelijxvoorwaerden, den 29 Augusti 1716 ingegaen met sijn vrou Willemina Vonk van Lynden, 30 Octob. 1723.

 

Blz. 380

Zeger Jan van Lauwick laet approberen het maeggescheid den 18 Meert 1736 opgerigt tussen hem en Wilhelmina Lucretia de Win gebore van Vinceler cum suis

[Namelijk: Adriana van Lit de Jeude, douariere van Arent Jacob van Wijnbergen, en Willemina Cornelia van Lawick geb. de Haer, gehuwd met Joseph Maximiliaen van, Lawick (Leenakte)].

ter andere sijde over de goederen als door Wilhelmina Vonk, wed. van Vonk van linden den 20 Jan. 1736 aen hem en Wilhelmina de Win voorn. sijn gemaekt, waerbij sig verbinden dat door haer of haer erven binnen twintig jaren dit leen niet sal mogen verkoft of veralieneert worden, 16 April 1736.

Wilhelmina Lucretia de Win gebore van Vince1er, erfgenaem van Wilhelmina Vonk van Lynden en uyt kragt van het maeggescheid van 18 Meert 1736, beleent, 29 Jan. 1737. Hulder Daniel de Win, haer man.

Daniel Louis de Win na dode sijner moeder Wilhelmina Lucretia van Vinceler en uyt hoofde van geapprobeerd magescheyd [Met zijn twee broeders Jan Arent Leonard en Pieter Aeneas, en zuster Adriana Jacoba ] beleent, 11 Meert 1767.

Idem laat sijn open testament van den 16 August. 1773 approberen en registreren, 19 April 1774

Hij benoemt tot zijn erfgenaam sijn tante Maria Elisabeth deWin en bij.substitutie den tweede zoon Daniel van zijn broeder Jan Arend Leonard en Constantia Eliana Verschoor, voorts zijn drie broeders, de twee reeds genoemden, en nog een Frans of Frederik Hendrik (Leenakte).

Idem laat approberen en registreren de huwlijksche voorwaarden den 8 April 1788 met Gerarda van Eldick opgerigt, 10 Febr. 1789

Haar overleden ouders zijn Jan van Eldik en Eljsabeth Sloek (Leenakte).

 

159. LIENDEN

Een hoffstadt, geheiten den Beerschen hoff, in der buyrschap van Aelst gelegen, met patingen ende 41/2 mergen landts ofte daeromtrent daeran gelegen, daer oostwert naest gelant is Gerrits wijff van Aelst met haren kinderen, westwert die Hogestraet, noortwert oick die gemeyn straet, suydwert die Buerenstraet, tot Zutphenschen rechten ontfangen bij

Johan Vonck Rutgerssoon als erve sijnes ooms soons oyck Johan Vonck, 18 Augusti 1481.

Rutger Vonck, erve sijnes vaders Johans, ontfengt een hofstat, geheiten Berntz hofstat, met 4 1/2 mergen lants end allen anderen sijnen tobehoor, gelegen in Nederbetuwe, in den kerspel van Lienden, in der buyrschap van Aelst, daer oostwert naest gelant is Derck van Aelst met eenen camp, geheyten die Maescamp, suydwert id convent van Rienen, westwert die gemeyne straet, die na Buren gaet end noortwert oick een gemeyne straet end gemeynte, 4 Martii 1527.

Idem tuchtigt sijn moder Mente van Heteren an t halve leen, eodem die.

Gerrit Noest, bij transport Rutgers voorn., eodem die.

REPERTORIUM op de Lenen van Lienden en ter Lede

Door: Mr. A.P. van Schilfgaarde

2 mergen lants gelegen op Hoemoeden, buren noertwaert my selver ende O.H. die Kemp, westwairt Alairts lijnder uyt den Assengate, zuutwairt den Oemeren grave westwairt.

N 1201 II 12 conf 90

Dirck Vonck Hillebrantsz vernieuwt den eed 1570 April 21

Lede no 16

Johan Vonck van Lienden Henricksz, na opdracht door zijn moeder, 1654 februari 22

NB. Ten stichttsten rechte. Thans omschreven: een camp van omtr. 2 mergen op Homeyn, daer oost Aert van Wijck, suydens ‘de kerck’, west de Zijvingh en noorden het convent tot Rhenen.

Jhr. Henrick Vonck van Lienden, na doode van sijn vader Johan, in leven capiteyn ten dienste deser landen, 1699 december 11 NB. Het lamd is ne ellssepas.

Jhr. Jacob Vonck, na doode van sijn broeder Jhr. Henrick Vonck, 1705 november 6

Vrouwe Willemina Vonk van Lienden, 1724 maart 18

 

6.

3 ½ morgen weylant op Meerten, genaemt Leeuwencampje. Daer oost Juffr v. Brederode, suyden Jacob de With, west het Vrouwestraetje en noorden commandeur Braeckell, ter Zutphense rechten, te verheergenaden met een pont goet gelt.

Johan Vonck van Lienden Henricksz. Na opdracht door sijn moeder 22 februari 1654

Jhr. Henrick Vonck van Lienden, na dode van sijn vader Johan Vonck van Lienden, in leven capiteyn ten dienste deser landen, 11 augustus 1700

N.B. is gespeitst en komt d’ eene helft aen Hillebrand Vonck van Lienden sijn wijff, sijnde van makander afgegravan.

Jhr. Jacob Vonck, na dode van sijn broeder Jhr. Henrick Vonck, 6 november 1705

Vrouwe Willemina Vonk van Lienden, 18 maart 1724.

Rijk van Gijtenbeek, na opdracht van Willem Vonk, 8 maart 1737

Hiervan afgesplitst de helft

 

6a.

Herbert van Luttervelt en Cornelis van Triest nomini uxoris erffgenamen bij testament van hun neef Hilbrant Vonck, dat geapprobeerd wordt na diens dood, 26 november 1705

N.B. de helften zijn met een sloot van elkander afgegraven

6 bis 2 morgen op Homeyne, daer oost Aert van Wijck, suyden de kerck, west de Zijvingh en noorden het convent tot Rhenen

gelijk aan nr.6 t/m 1724

 

5.

De Ruyters thient off Ceulse Hoven, ter Zutphensen rechten, te verheergenaden met een pont goet gelt

Dirck Vonck van Lienden , 22 februari 1654

Hillebrant Vonck van Lienden, na dode van sijn vader Dirck vnd., 11 augustus 1679

Idem krijgt approbatie van sijn testament, 5 februari 1693

Dirck van Triest, na dode van Hillebrant vnd, op grond van diens testament, 26 november 1705

Jan Ottensz van Ewick, na opdracht door Dirck van Triest, 5 october 1712

N.B. ‘Staet in de acte voor de helft:

Vrouwe Willemina Vonk van Lienden, na dode van haar broeder jonkheer Jacob Vonk van Lienden, met de gehele tiend, 22 juni 1722

Een thiende gelegen in den kerspell van Lyenden ende in der mailscap van Meerten, ende is geheiten die Keelsche Hoeve, ten Zutphenschen rechte te verheergenaden met een pair hantsschoen

Johan van Lijenden, bastaard, 1464 juni 13

N.B. na sijn kinderloozen dood zal dit leen aan den heer terug komen.

Elisabeth van Lijenden, Johansdr. Vrouw van Johan Voss van Avezaet. Na opdracht door haar broeder Henrick, die het leen ontvangen had, haar man is hulder, 1478 september 21

Johan Voss q.q. opnieuw beleend, 1480 october 14.

Steven van Lijnden vernieuwt den eed voor sijn vrou Johanna van Groetfelt, 1570 april 15

Dirck Vonck van Lienden, 1654 februari 22

N.B. het leen heet nu ook: de Ruyters thient

Hillebrant Vonck van Lienden, na dode van zijn vader Dirck, 1679 augustus 11

Idem, krijgt verlof om te disponeren, 1693 februari 5

Dirck van Triest, na dode van Hillebrant vnd, op grond van diens dispositie, 1705 november 26

Jan Ottensz van Ewick, na opdracht door Dirck vnd, 1712 october 5

Vrouwe Willemina Vonk van Lienden, na dode van haar broeder Jhr. Jacob Vonk van Lienden, 1722 juni 22

No. 4

a. 2 morgen lant genaamd de Geeren, daer oost de heeren van Meriendael, westw. Cornelis Willemsz cum suis, suydwaerts Grietje Voncken en noordens de heeren van Mariendaell.

b. Noch 7 morgen de Overste Geeren, daer oost Rutger Schall, suyden Arnt. Jansz van Westrenen, west en noorden de straet

c. Noch 10 morgen 4 hout op Ommeren, de Bouwert

Maria van der Marsch, weduwe en tochterse van zal. Dirck Vonck van Lienden, in leven capiteyn, 4 februari 1654

N.B. na haar overlijden zal ieder perceel verheven worden als van ouds gebruikelijk.

a. Juffr. Johanna Vonck van Lienden, voor haar neef Jacob Vonk, 11 augustus 1700

Vrouwe Wilhelmina Vonck na dode van haar broeder Jacob, 22 juni 1722

b. als a. het lant heet de Overste Geeren off anders Studenten hoffstadt.

c. Francois Sterlingh als erfgenaam van capt. Dirck Vonck van Lienden, vermaakt dit leen aan juffr. Johanna Vonck van Lienden (apostatie), 8 februari 1693

Juffr. Johanna Vonck van Lienden na dode van Francois Sterlingh, 8 februari 1693

 

Stichtse lenen van Gelre blz 14

13. DE MARSCH. TOLLENBURG

De rechte helft van een stuk lands houdende omtrent 29 morgen, gelegen in de Marscbe, beneffens de stad Rhenen over den Rijn, genaamd Tollenburg, met allen sijnen toebehoren.

Dirk Vonk Dircksz., schout van Linden, tot behoef ende van wegen Geertruyt van Brakel, Zijne huysvrouw, na dode van Cornelis van Brakel, haar vader, 21 Sept. 1562.

Dirk Vonk Dirksz., na dode van Dirk Vonk; zijnen vader, door aandeeling van de goederen van Geertruyt van Brakel, zijn moeder, 16 Dec. 1588.

Hendrick Vonk, na dode van Dirk Vonk, zijn vader, 7 April 1625.

Dirk Vonk van Lienden, na dode van Hendrick Vonk van Lienden, zijn neef, 16 Sept. 1630.

Huybert Vonk van Lienden, na dode van Dirk Vonk van Lienden, zijn vader, 20 Jan. 1658.

Idem, plegte van 4000 gld. ten behoeve van Aelbert van Solingen , 4 Mei 1660. Gecasseert 11 juli 1710.

Berend Adolph Vonk van Lienden, na dode van Huybert Vonk van Lienden, zijn vader 27 Jan. 1702.

Idem laat zijne huwelijxe voorwaarden, met Maria Eugenia van Coudenhoven tot Fraytur opgeregt, approbeeren, 23 Febr. 1705.

Idem laat 't verband, staande in zijn testament, registreeren, 26 Aug. 1705.

Maria Eugenia van Coudenhove de Fraytur, tochtenaresse van Berend Adolph Vonk van Lienden, 22 Juni 1706.

Dirck C1ercq, lieutenant-collonel, door opdracht van Maria Eugenia van Coudenhoven, 13 Dec. 1706.

 

Noten

De Geldersche Volksalmanak van 1880 zegt op b]z. 92 ten aanzien van de Tollenburg: werd geteld onder de leenen van het geslacht van Gaesbeek van den jare 1520.'. Dit is in zooverre volkomen juist, dat dit leen in dien tijd en ook later als zondanig geboekt is, doch wij hebben hier weer te doen niet onoplettende leengriffiers, want nimmer is de Tollenburg in 't bezit der heeren van Gaesbeek geweest

Rutgher, Johan, Roelof, Henric en Willam, knapen. Zonen van Rutgher Vonke, deden, volgens scheidsrechterlijke uitspraak van Dirc van Lienden afstand van alle aanspraak op liet huis te Dollenborch, dat zij met den, weerd in bezit genomen hadden wegens wanbetaling door den Bisschop van de koopsom aan Roelof Vonke, hunnen grootvader, 26 Juli 1357. (Catalogus van het Bisschoppelijk Archief No 169. 1906.

Den Tollenburg, bestaande in deszelfs heerehuyzinge met de tuynen, allees en sterrebosch, de boerehuyzinge, schuir, bergen, bak- en duyfhuys, benevens boomgaarden, wey- en bouwlanden, thans circa groot 34 mergen, mitsgaders de visscherye in den ouden Rhijn van de Leegraaf tot aan de Wapperse sluys, gelegen in de hoge heerlykheid de Marsch, bij de stad Rhenen over den Rhijn, daar noordoostwaards de convents bouwinge en boomgaard, thans competerende Geurt van Holst, schepen der stad Rhenen, en voorts de weg van 't Rhenense veer na Lienden, die ook noordwestwaards omgaat tot aan de Wapperse sluys, zuyd-westwaards den ouden Rhijn en zuydwaards de Leygraaff naast geland en gelegen zijn.

Afgespleten van 13.

13 § 1. DE MARSCH. TOLLENBURG.

De rechte helft van een stuk lands, houdende omtrent 29 morgen in de Marsch nevens de stad Rheenen over den Rijn, geheten Tollenburgh, niet allen zijnen toebehoren.

Mr. Rutger de Bruyn tot behoef ende van wegen Dirk Lijsters Willemsz. die jonge, na dode van Cornelis v a n B r a k e 1, zijn bestevader, 18 Juni 1563.

Idem ten behoeve van Hadewich Lijsters, zijn huysvrouw, na dode van Dirk Lijster Willemsz. de jonge, haar broeder, eodem die.

Hendrik de Bruyn, na dode van Hadewich Lijsters, zijn moeder, 28 Juni 1589. De helft van de helft ofte 't rechte vierendeel van een stuck

lands, houdende omtrent 29 morgen, gelegen in de Marsche neffens de stad Rheenen over den Rhijn, geheeten Tollenburgh.

Jan Mannus Peters, door opdracht van Hendrik de Bruyn, 22 Febr. 1598. Idem, plegte van 1000 gld. ten behoeve van Hendrik de Bruyn , eodem die.

Vijff mergen lands, eertijds behoord hebbende aan 't erff Tollenburgh, gelegen in de Marsche neven de stad Rhenen over den Rhijn, daar oostwaards naast gelant is 't convent van Rhenen, westwaards Dirk Vonk, zuydwaards die Leygraaf, noordwaards Renis Henricks